Voorwoord Nelke Manders

Een jaar van verschillende crises

Maria Pedro staat op wat over is van haar huis in Nhasassa, Mozambique. Op 14 maart veegde de tropische cycloon Idai grote delen van Mozambique, Malawi en Zimbabwe van de kaart. Honderdduizenden mensen werden getroffen. Foto: Guiseppe La Rosa/AzG.

Terwijl ik dit schrijf, houdt een nieuwe ziekte ons in haar greep. Het coronavirus (COVID-19) raast met een ongelofelijke snelheid over de wereld. In veel landen ligt het openbare leven stil en ook in Nederland zijn de effecten enorm. Ook wij moeten improviseren om ons werk te kunnen blijven doen. Wereldwijd – Europa niet uitgezonderd – hebben we onze hulpprojecten aangepast en nieuwe opgezet. Onder meer in het Verenigd Koninkrijk, België, Frankrijk, Italië en Spanje staan we de medische zorg bij in het verplegen van coronapatiënten. In Nederland boden we een aantal ziekenhuizen en verzorgingshuizen aan hen te ondersteunen in de psychische hulp voor het zorgpersoneel. In een groot aantal landen in Afrika, Azië, Noord- en Zuid-Amerika hebben we speciale projecten opgezet om de pandemie te bestrijden. Een virus zonder grenzen vraagt om gezamenlijke actie wereldwijd. Het coronavirus laat op heel indringende wijze zien hoe belangrijk goede medische zorg is in een crisissituatie. Rampen of noodsituaties kunnen overal en ineens toeslaan. Daarom staan wij permanent klaar om meteen in actie te komen. Ook in 2019 was dat het geval, in heel verschillende landen en situaties.

Een medewerker wordt geholpen bij het aantrekken van beschermende kleding voordat hij de hoog-risicozone van ons ebolabehandelcentrum in gaat. DR Congo, juni 2019. Foto: Pablo Garrigos/AzG

De Democratische Republiek Congo: ebola De ebola-epidemie in het noordoosten van het land tekende het jaar voor DR Congo; met name in gebieden waar we niet eerder actief waren. De epidemie was al begonnen in 2018 en bleef mensenlevens eisen gedurende heel 2019. De manier waarop de ziekte in eerste instantie werd bestreden, voedde het al bestaande wantrouwen onder de bevolking. Verschillende behandelcentra werden aangevallen, waaronder twee van ons. We konden niet anders dan een aantal van onze activiteiten opschorten en onze teams evacueren. Het aantal ebolapatiënten steeg in 2019 verder, tot in totaal ongeveer 3.300 bevestigde patiënten. Zo’n 2.200 mensen kwamen om, ruim 1.000 patiënten overleefden de ziekte. Naarmate de uitbraak langer duurde, investeerden we met andere organisaties steeds meer in het verbeteren van de relaties met de lokale gemeenschappen. We breidden onze steun aan de reguliere medische faciliteiten in de regio uit. Daarmee verbeterden we de zorg en konden we ook de mensen behandelen die leden aan ziekten die jaarlijks meer slachtoffers maken dan ebola, zoals malaria.

Venezuela: herstel van ziekenhuizen De humanitaire crisis in DR Congo is er nog altijd en onze hulp is er al tientallen jaren onmisbaar. In de afgelopen jaren zagen we echter ook welvarende landen afglijden naar een toestand van diepe crisis. Zo was Venezuela ooit het lichtende voorbeeld in Zuid-Amerika als het ging om gezondheidszorg. Nu is het een land dat onze hulp hard nodig heeft. Onze teams hielpen ziekenhuizen die ooit zeer modern waren, maar nu zelfs geen stromend water hadden. In 2019 zijn we gestart met het ondersteunen van het grootste ziekenhuis en een aantal gezondheidscentra in de stad Puerto Ayacucho, waarmee we 250.000 mensen toegang tot gezondheidszorg bieden.

Volgens de Pan-Amerikaanse Gezondheidsorganisatie telde het land in 2019 meer dan 320.000 malariapatiënten. Daarmee was het ’t zwaarst getroffen land van heel Latijns-Amerika. Sinds februari 2019 ondersteunen we in de provincie Sucre het malariaprogramma. We hebben daar in totaal 10.746 mensen behandeld.

Om te kunnen anticiperen op een grote uitbraak van cholera zetten onze teams direct na cylcoon Idai behandelcentra op in het zwaar getroffen Beira. Mozambique, maart 2019. Foto: Pablo Garrigos/AzG

Mozambique: bestrijding cholera Zo geleidelijk als een politieke crisis een land ondermijnt, zo razendsnel doet een natuurramp dat. Op 14 maart trof tropische cycloon Idai Malawi en Zimbabwe, maar vooral Mozambique. De schade was immens en vooral in de havenstad Beira was de verwoesting enorm. Al snel hoorden we dat cholera in de stad om zich heen greep, het gevolg van niet meer werkende watervoorziening en riolering. We zonden een noodhulpteam naar de stad, dat vier cholerahulpposten inrichtte, hielp bij het herstellen van de waterleiding en de rioolzuivering, en noodhulpgoederen uitdeelde aan 14.473 gezinnen. Na 4 weken was de uitbraak zodanig onder controle dat we onze activiteiten konden overdragen aan de overheid en andere organisaties.

Libië: zorg in onmenselijke detentiecentra Wereldwijd zijn ruim 70 miljoen mensen op de vlucht. Zo’n 400.000 van hen bevinden zich in Libië. Velen van hen moeten zien te overleven in de mensonterende omstandigheden in detentiecentra. De centra zijn overbevolkt en er is te weinig drinkwater, sanitair en ventilatie. Mensen worden er regelmatig mishandeld en het is totaal onduidelijk wanneer ze vrijkomen. Door de onveiligheid zijn er nauwelijks internationale waarnemers in Libië. Onze medische teams behandelden in 2019 mensen voor schurft, luizen en vlooien, maar ook voor infectieziekten als tuberculose. Ze deelden in een aantal centra voeding uit aan ondervoede migranten en boden psychische hulp aan mensen die door de langdurige detentie getraumatiseerd waren. Het wekelijkse bezoek van ons medische team was voor velen in de detentiecentra het enige moment waarop ze zich weer even mens konden voelen. Hun situatie maakten wij keer op keer wereldkundig met oproepen voor een menswaardige oplossing. In 2019 werd de situatie nog erger. Met afgrijzen zag ons team hoe de burgeroorlog in het land de hoofdstad Tripoli bereikte. Het Tajoura-detentiecentrum kwam op de frontlinie te liggen en werd gebombardeerd. 53 mensen kwamen om. Onze ambulances gingen er onmiddellijk heen, samen met psychosociale hulpverleners om de doodsbange overlevenden bij te staan. Na deze gebeurtenis werden sommige detentiecentra gesloten, maar grote aantallen vluchtelingen verblijven nog altijd in situaties van gevangenschap en uitbuiting.

Een 32-jarige zwangere vrouw wordt door het team van reddingsschip de Ocean Viking aan boord geholpen. Middellandse Zee, november 2019. Foto: Faras Ghani/Al Jazeera

Middellandse Zee: reddingen van onzeewaardige bootjes Onder meer vanwege de levensgevaarlijke omstandigheden in Libië bleven mensen proberen via de Middellandse Zee het veilige Europa te bereiken. Nadat de Europese Unie stopte met het redden van mensen en bovendien het werk van hulporganisaties hinderde, daalde het aantal migranten dat de oversteek waagde. Maar door gebrek aan reddingscapaciteit werd de overtocht alleen maar dodelijker. In 2018 kwam 3,1 procent van de opvarenden om. In een aantal maanden van 2019 was dat maar liefst 10 procent. Helaas moesten we tot augustus 2019 werkeloos toekijken, nadat ons reddingsschip de Aquarius in 2018 door de Italiaanse overheid aan de ketting was gelegd. Met haar opvolger, de Ocean Viking, konden we in augustus weer in actie komen op de Middellandse Zee. In de laatste maanden van 2019 redden we 1.107 uitgeputte en wanhopige mensen uit onzeewaardige bootjes.

In de kinderkliniek van onze Belgische zusterorganisatie buiten kamp Moria worden patiënten eerst gescreend op symptomen van corona. Lesbos, Griekenland, mei 2020. Foto: Anna Pantelia/AzG

Griekenland: oproepen tot evacuatie Op de Griekse eilanden worstelden we met een ander gevolg van deze mensonterende crisis: overvolle kampen met gestrande vluchtelingen. Maatregelen van de Europese Unie leidden ook hier tot een teruggang in het aantal vluchtelingen dat de oversteek maakte, maar gedurende het jaar werd duidelijk dat achter dit schijnbare succes een steeds grotere humanitaire tragedie aan het ontstaan was. Op het Griekse eiland Lesbos werd de situatie bijzonder schrijnend, met 20.000 mensen in een kamp dat voor 3.100 mensen is bedoeld. We vroegen regelmatig aandacht voor de situatie op Lesbos en riepen op tot evacuatie van kamp Moria. Maar zelfs kinderen met chronische ziekten, hersenaandoeningen en hartproblemen, werden niet door de Griekse autoriteiten van de eilanden geëvacueerd. Nog altijd, met de eerste gevallen van corona op het eiland, is er in de situatie op Lesbos niets verbeterd. Syrië: hulp na geweld De tragedie van de vluchtelingen op de Griekse eilanden hangt voor een groot deel samen met de situatie in Syrië, dat het ook in 2019 zwaar te verduren had. Nadat Islamitische Staat verdreven was uit het laatste bolwerk in Noordoost-Syrië, kwam een groot aantal vrouwen en kinderen naar kamp Al Hol. Wij boden er zorg via mobiele en vaste klinieken, en riepen op tot verbetering van de omstandigheden. De situatie in heel Noordoost-Syrië verslechterde sterk met de gedeeltelijke terugtrekking van de Amerikaanse troepen in oktober en het binnentrekken van het Turkse leger. We moesten onze medische hulp in het Ain Issa vluchtelingenkamp en ons ziekenhuisproject in Tal Abyad gedeeltelijk opschorten. In Raqqa, Kobane/Ain Al Arab en Al Hol bleven we ons werk op afstand ondersteunen. In Tal Tamer startten we met de distributie van hulpgoederen aan gevluchte mensen die verbleven in scholen en bij familie en vrienden. Eén team Met in mijn achterhoofd alles wat er sinds het toeslaan van de coronapandemie gebeurd is, lijkt 2019 lang geleden. Toch wil ik stilstaan bij de enorme veerkracht van de miljoenen mensen die wij ondersteund hebben en de kracht en hoop die medemenselijkheid in al z’n eenvoud biedt. Ook sta ik stil bij de tomeloze inzet van onze duizenden hulpverleners in noodsituaties over de hele wereld. Van de logistiek medewerker op het hoofdkantoor die razendsnel een hulptransport organiseert, tot de kinderverpleegkundige die in een kliniek ver in Zuid-Soedan een doodziek kind redt. Van de onderzoeker die jarenlang op zoek is naar een menswaardiger behandeling van tuberculose, tot de chirurg die de mogelijkheden vergroot voor hen die door oorlog verminkt zijn.

Hun onmisbare werk is onmogelijk zonder onze donateurs. Zij stellen ons in staat dóór te gaan en vormen met ons één team. Hen wil ik dan ook bijzonder bedanken voor hun steun in 2019 en bij voorbaat voor hun blijvende steun in 2020. In deze wereld waar we zo met elkaar verbonden zijn, is hun bijdrage en betrokkenheid meer dan ooit onmisbaar.

Nelke Manders algemeen directeur Artsen zonder Grenzen